Het Nationaal Hitteplan is een soort ‘belboom’ bij langdurig warm weer. Die belboom begint bij het KNMI. Geven weermodellen een kans van meer dan 10 procent op een warme periode van meer dan vier dagen met 27 graden of meer? Dan gaat er een melding naar het RIVM. Vervolgens bespreken RIVM en een veiligheidsmeteoroloog van het KNMI of het nodig is om het Nationaal Hitteplan in werking te stellen. Soms is dat niet nodig, omdat de veiligheidsmeteoroloog inschat dat het minder warm zal worden of de periode van kortere duur zal zijn.
Het advies van het KNMI kan ertoe leiden dat het RIVM het Nationaal Hitteplan activeert. Het instituut waarschuwt dan via een persbericht voor aanhoudende warmte. Het RIVM waarschuwt de brancheorganisaties, landelijke en lokale GGD’en en het Nederlandse Rode Kruis. Die nemen weer contact op met gemeenten, verzorgings- en verpleeghuizen, huisartsen en thuiszorg. Zo is de belboom compleet, en is iedereen tijdig op de hoogte. Iedere organisatie geeft op zijn eigen manier invulling aan het Nationaal Hitteplan.