Er staan steeds meer Utrechtse koeien in de wei. Maar ze staan er wel minder lang. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.
Vorig jaar stond 71 procent van de koeien te grazen in de wei, in 2016 was datnog 65 procent.
De koeien van biologisch melkveehouder Arjan Kool in Hei- en Boeicop hebben geluk. Die staan naar eigen zeggen veel vaker dan het gemiddelde buiten: “Op dit moment lopen onze koeien zelfs buiten. Vanwege het natte weer hebben ze twee weken binnen gestaan, maar nu kan het weer en er is voldoende gras”, vertelt hij trots. “Ze eten zichzelf lekker dik en komen dan weer naar binnen.”
“Zuivelfabrieken belonen het als de koe buiten komt. Maar de koeien lopen wel kort buiten. Ze hoeven maar 720 uur per jaar buiten te zijn. Ik heb het eens berekend en onze koeien halen de 3300 uur per jaar in de buitenlucht makkelijk”, vertelt hij.
Weidekoeien kunnen volgens hem meer melk geven dan koeien die binnen worden gehouden: “In weidegras zitten de hoogste voedingswaarden, zeker als er kruiden tussen staan”, legt hij uit.
Ben Apeldoorn van land- en tuinbouworganisatie LTO Noord vindt het een goede ontwikkeling dat steeds meer koeien buiten staan: “80 procent van de bedrijven doet de koeien buiten. De grotere bedrijven houden de koeien vaak nog binnen. Ze hebben de stal zo ingericht dat alles optimaal werkt. Dat doen ze in de winter en gaan daar in de zomer mee door.”
Toch ziet hij liever dat de koeien in de wei staan: “Dat is een mooi gezicht. Het is goed voor de koe, goed voor de boer en goed voor de biodiversiteit. Daarnaast is het voor de ammoniakemissie ook goed als de koe veel buiten is.”