De last onder dwangsom van maximaal 750.000 euro die de gemeente Bunschoten aan waterschap Vallei en Veluwe heeft opgelegd voor het opruimen van de vervuilde Westdijk, is rechtmatig geweest. Dat heeftde Raad van State vandaag bepaald.

Het waterschap was in beroep gegaan tegen de beslissing van de gemeente, maar vangt nu bot bij de hoogste bestuursrechter van het land. Het waterschap krijgt wel tot 1 november 2021 de tijd om de Westdijk af te graven en te herstellen, anders moet het alsnog de dwangsom betalen.

Volgens de Raad van State had het waterschap de kans moeten krijgen zich te verdedigen tegen een advies van een extern juridisch bureau dat de gemeente had ingeschakeld om de dwangsom op te leggen.

Tegelijkertijd vindt de bestuursrechter dat de dwangsom wel terecht was, omdat het waterschap zich niet genoeg heeft ingespannen om bodemverontreiniging te voorkomen en op te lossen.

Met de uitspraak krijgt het waterschap voor de vierde keer uitstel om de verontreinigde Westdijk schoon te maken.

Twee kilometer van de dijk werd in 2016 opgeleverd met 120.000 ton thermisch gereinigde grond (TGG): gelijk aan 4000 vrachtwagens. In het najaar van 2016 werden de sloten schoongespoeld, omdat er hoge concentraties zout en sulfaat in de sloten gevonden werden. Harde regen zorgde ervoor dat de TGG naar de sloten langs de Westdijk wegspoelde. Zo kwamen zware metalen en zouten in de bodem en het grondwater en daarna ook in het oppervlaktewater terecht.