De verkoop van lachgas bij groothandels en gewone winkels wordt ingeperkt en de verkoop van gasflessen buiten de technische industrie en de zorg wordt verboden. Het zijn onderdelen van het wetsvoorstelwaarmee het kabinet het gebruik van lachgas voor recreatief gebruik wil tegengaan.
Of het verbod er komt is nog allerminst zeker. Daarvoor is een meerderheid in de Tweede Kamer nodig. Toen Staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid zijn plan in december aankondigde, toonden coalitiepartijen VVD en D66 zich onaangenaam verrast. Het was volgens ingewijden niet in de coalitie besproken. VVD en D66 lieten toen weten niet voor een verbod te zijn.
Het toenemende gebruik van lachgas als partydrug is staatssecretaris Blokhuis al langer een doorn in het oog. “Lachgas wordt steeds vaker en in grotere hoeveelheden gebruikt als drug, met name door jongeren. Met grote risicos voor hun eigen gezondheid, maar ook voor anderen, bijvoorbeeld in het verkeer”, zegt Blokhuis.
Onderzoek van Stichting TeamAlert uit Utrecht toonde twee weken geleden nog aan dat jongeren lachgas vooral in de auto gebruiken.
Uit het onderzoek bleek verder dat jongeren door het effect van lachgas het gevaar van rijden onder invloed niet meer goed kunnen inschatten. Ze overschatten zichzelf en onderschatten de gevaren. Het maakt gebruikers niet uit of ze geparkeerd zijn of meedoen aan het verkeer, ze gebruiken in beide situaties lachgas.
De technische industrie en de horeca, komen niet onder het verbod te vallen. Ook de zorg is uitgezonderd.
Groothandels mogen volgens het voorstel straks alleen nog lachgaspatronen aan bepaalde bedrijven verkopen, en niet meer dan 250 ampullen tegelijk. De verkoop in winkels aan consumenten wordt nog verder beperkt.
Het wetsvoorstel gaat vandaag n consultatie’: mensen kunnen tot 10 juli ideeën of suggesties aandragen. Het kabinet wil het verbod op 1 januari 2021 laten ingaan.