De basisscholen begonnen maandag aan het theoretisch verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland (VVN). Het nationale Verkeersexamen van de Amersfoortse organisatie is dit jaar twee maanden later dannormaal vanwege de coronamaatregelen op scholen en het thuisonderwijs.
Behalve maandag worden ook op dinsdag en donderdag examens afgenomen. VVN hecht veel waarde aan het examen voor de basisschoolleerlingen, want 80 procent van de ouders laat hun kinderen na de basisschooltijd zelfstandig naar het voortgezet onderwijs fietsen.
In deze examenweek beantwoorden de leerlingen 25 vragen vanuit hun rol als fietser, voetganger en passagier. De leerlingen zijn geslaagd als ze 16 van de 25 vragen goed hebben beantwoord.

“Het begrijpen van tekens, borden en regels is één ding, maar deze regels kunnen toepassen en anticiperen op het overige verkeer is minstens zo belangrijk. De essentie is dat kinderen de theorie kunnen toepassen in de praktijk”, zegt woordvoerder Rob Stomphorst van VVN.
Jaarlijks neemt 95 procent van alle basisscholen deel aan het verkeersexamen. Ruim 35 procent van de scholen maakt het examen dit jaar digitaal, waarbij de leerlingen door middel van filmpjes nog beter worden getoetst op verkeersinzicht.