Het overgrote deel van de Bunschotense botterschippers staat te trappelen om de vaartochten weer op te starten. Door de coronaregels liggen de schepen al maanden stil in de museumhaven van Spakenburg,terwijl het vaarseizoen deze maand had moeten starten. “Dit seizoen is een klein dramaatje”, zegt Annelotte Swart van Hecht Spakenburg.
De coronaregels betekenen dat er ook anderhalve meter afstand op de boten gehouden moet worden. Normaal kunnen er zo’n twaalf passagiers op een botter, maar dat gaat niet meer. “We kijken voor ons protocol nu naar een tekening van de gemeente Huizen, die berekend heeft dat er drie bemanningsleden en zes passagiers op een boot moeten passen”, aldus Swart.
Maar ook daar zitten haken en ogen aan. “Als je gaat zeilen, gaan mensen heen en weer lopen en kun je die afstand weer niet aanhouden”, zegt Swart. “Overal zijn oplossingen voor te vinden, maar de vraag is of het dan nog leuk is om te varen. Voor je het weet zit je met een mondkapje te ontspannen, maar dat is eigenlijk geen ontspanning”, vult Bort Nieuwboer, voorzitter van bottereigenaarsvereniging De Bruine Vloot, aan.
Hecht Spakenburg, De Bruine Vloot en Stichting Behoud Museum Spakenburg zijn met het college en handhaving in gesprek om de vloot weer te kunnen laten varen. “De burgemeester heeft ons in een brief al laten weten dat hij ons graag weer ziet varen, omdat er ook veel vraag is vanuit het toerisme”, zegt Bram Kok van Stichting Behoud Museumhaven Spakenburg. “Maar het moet niet te lang meer duren. De nood is hoog.”
Want als er niet gevaren wordt, komt er ook geen geld binnen. “En dat heeft zijn weerslag op het onderhoud van de botters. Dat kost zo’n 10.000 tot 15.000 euro per jaar”, volgens Nieuwboer. “Die kosten worden normaal ongeveer gedekt door wat de botter met de verhuur en vaartochten verdient”.
Hecht Spakenburg, De Bruine Vloot en Stichting Behoud Museumhaven Spakenburg gaan aanstaande dinsdag met het college om tafel om te praten over een eventueel coronaprotocol en steunmaatregelen.