Tijdens de coronatijd was het onmogelijk om bottertochten te maken. Toen de verruimingen bekend werden gingen De Bruine Vloot, Stichting Behoud Museumhaven en de gemeente Bunschoten het gesprek met elkaaraan. Zou het mogelijk zijn om op een botter toch ‘coronaproof’ tochten te maken?’ Na veel wikken en wegen zorgde dit gesprek ervoor dat er vanaf dinsdag weer gevaren kon worden.
De eerste tocht werd ‘geopend’ door burgemeester Van de Groep. Hij wenste de organisatie veel succes en sprak de hoop uit dat er nu toch weer geld in het laatje zou komen!’
De enthousiaste passagiers werden wel meteen met hun neus op de feiten gedrukt. Handen ontsmetten, anderhalve meter afstand bewaren, het zijn en blijven noodzakelijke maatregelen. Ook blijft het zeil naar beneden, zodat de schipper niet steeds heen en weer hoeft te lopen. De botter vaart de hele tocht op de motor.
Schipper Steven Koelewijn en voorzitter van De Bruine Vloot Bort Nieuwboer spreken ondanks hun blijdschap om de eerste tocht hun bezorgdheid uit. Er is al deze maanden niet gevaren en dus kwam er geen geld binnen. Dat zal gevolgen hebben voor het onderhoud van de botters. Onderhoud kost 10.000 tot 15.000 euro per jaar en wordt normaal ongeveer gedekt door de opbrengst van de vaartochten. Steunmaatregelen zijn daarom broodnodig. Daar wordt door de Nederlandse gemeenten, Zuiderzeegemeenten en de Bruine Vloot naar gekeken. De burgemeester vult aan: ‘Het is noodzakelijk dat erover doorgepraat wordt. Anders vallen er grote gaten.’
Ondanks deze zorgen werd er door passagiers en bemanning genoten van de tocht!