Op maandag 15 maart hebben leden van de IVN Natuurwerkgroep Bunschoten de Vebowand in gereedheid gebracht voor de komst van de eerste oeverzwaluwen dit jaar. Er zijn 10 vakken vrijgemaakt recht tegenoverde kijkwand, zodat daar de eerste oeverzwaluwen moeten gaan broeden. Er kunnen nu 200 oeverzwaluwenpaartjes een nestgang benutten.
In 2020 hebben in totaal 340 paartjes oeverzwaluwen in juli aan de wand gebroed en jongen grootgebracht. Bij het eerste legsel, eind mei/begin juli, waren dat ongeveer 275 paartjes. Het resultaat hiervan is dat ruim 2000 jonge oeverzwaluwen aan deze Vebowand zijn uitgevlogen in 2020.
Door de coronamaatregelen is het najaarsonderhoud van deze wand in 2020 geheel mislukt. Normaliter wordt er op een zaterdagochtend in oktober door een twintigtal vrijwilligers onderhoud gepleegd en is de wand daarna gereed voor de winter. Dat ging deze keer niet door. Leden van de IVN Natuurwerkgroep Bunschoten hebben toen noodgedwongen de nestgangen in de wand afgedekt met doppen in de hoop dat het later beter zou worden. Deze doppen worden geplaatst om te voorkomen dat de ijsogel in de wand gaat broeden en de oeverzwaluwen het daardoor laten afweten.
In februari en maart hebben leden van IVN, in waadbroeken gekleed en staande in het ijskoude water, de gaten waar nodig schoongemaakt en uitgeboord en daarna voorzien van nieuw zand. Om deze vervolgens weer allemaal af te dekken met kunststof doppen.
De eerste oeverzwaluwen worden eind deze maand aan de wand verwacht. De vroegste aankomstdatum tot nu toe is 21 maart. Als een groot aantal nestgangen is uitgegraven in het front van de kijkwand, dan worden de overige 908 gaten aan de wand van doppen ontdaan en kan de hele wand worden benut door de oeverzwaluwen.

Vorig artikelDrukke dag voor de brandweer
Volgend artikelKom over en help