Dit is een relatief rustige tijd voor vogels: de broedtijd is voorbij, de trek is of komt voor veel soorten op gang en veel (eenden)soorten zijn zwaar in de rui. Het is dus te verwachten dat het aantalwaar te nemen soorten niet heel groot is en dat bijzondere vogels wat minder worden gezien. Opvallend is dat we bijv. geen gierzwaluwen hebben waargenomen, de meeste zijn echt vertrokken. Als je nu nog gierzwaluwen ziet, zijn dat vogels uit het hoge noorden, onderweg naar Afrika. Wel zagen we veel boerenzwaluwen en enkele oeverzwaluwen. Deze trekken nu, dus later, wat mede wordt veroorzaakt doordat de jongen, ook in deze periode, nog steeds uitvliegen of net uitgevlogen zijn.

Opvallend afwezig waren bijv. grutto’s en tureluurs, ook zij zijn al (onderweg) naar het zuiden. Kieviten daarentegen zijn wel in groten getale aanwezig in de polder, net als wulpen. Deze keer hebben we wulpen niet op de telplaats waargenomen, maar in de polder zijn er vele. We hebben ook geen goudplevieren geteld, maar ook deze soort is momenteel in flinke aantallen in de polder aanwezig. Leuke nieuwe soort op deze telpost was de tapuit, waarvan we er twee hebben gezien. Voor de oplettende kijker is deze soort momenteel ook vrij gemakkelijk in de polders waar te nemen; ze zitten vrijwel altijd op een verhoging of op kale grond en in de vlucht hebben ze en opvallend witte stuit.

Groot was de opwinding toen er een hermelijn werd gezien: alle verrekijkers werden op dit beestje gericht. Prachtig dier, jammer dat ze zo graag vogels lusten!

De volgende telling bij de Zwarte Noord is op zaterdag 2 oktober.

Vorig artikelMediaopvoeding van kinderen
Volgend artikelWmo 2020 en Cao SW 2021-2025