Nederland zuchtte deze zomer minder onder extreme plagen van wespen, de eikenprocessierups en bedwantsen. De overlast van mieren, vlooien, vliegen, duiven en rioolvliegjes nam wél flink toe. We zullenwe in de nabije toekomst juist steeds meer te maken krijgen met ongedierte.

Het toegenomen aantal mierenplagen deze zomer bevestigt de tendens dat ongedierte steeds meer voet aan de grond krijgt in Nederland. Het wordt warmer en dat zorgt ervoor dat plaagdieren zich steeds beter thuis voelen. Voedsel is er in overvloed want daar zorgen de mensen voor door etenswaren en verpakkingen te laten slingeren.

We gaan nu het seizoen in van muizen en ratten, die in de herfst en de winter de neiging hebben naar binnen te trekken. Mensen zien de ratten wel, maar schromen blijkbaar om dit te melden of een bestrijder in te schakelen. Mogelijk speelt schaamte daarbij een rol. Een rattenplaag moet je echt snel aanpakken, want die wordt alleen maar groter.

De ongediertebestrijders geven een dringende advies af. “Een ongedierteplaag moet je niet op zijn beloop laten. Ratten, muizen, mieren, bedwantsen, houtworm en boktor, ze gaan niet uit zichzelf weg, ze reproduceren zich alleen maar. Wat begint met twee ratten kan binnen een jaar uitgroeien tot een plaag van over de 1000 exemplaren.

Vorig artikelBuurthuis Grace Home
Volgend artikelVogeltelling Zwarte Noord