Niet de grootte van de tuin, maar vooral de bloemen en planten die erin staan, maken het verschil voor insecten, vogels, vlinders en ander leven, zo blijkt ook nu weer uit Engels onderzoek. Dit betekentdus dat vrijwel iedereen iets kan doen voor de natuur, ook al heb je een piepkleine achtertuin of alleen maar een balkonnetje. Want die zingende merel, waarmee het de laatste jaren steeds slechter gaat, wil toch iedereen blijven horen?
IVN Natuureducatie roept iedereen die iets wil betekenen voor de afnemende biodiversiteit dan ook op om te beginnen bij de eigen tuin of balkon. Want tel je al die tuinen in Nederland bij elkaar op, dan heb je het grootste Nationaal Park van het land. Natuurlijk hoef je geen edelhert in je tuin te verwachten, maar er zijn een heleboel kleine beestjes die heel belangrijk zijn voor ons ecosysteem. Het is verbazingwekkend hoeveel leven je op slechts een vierkante meter kan tegenkomen als je de natuur de ruimte geeft.
Zaai je bijvoorbeeld de prachtig bloeiende ‘wilde marjolein’, dan kun je een vlinder als de dagpauwooog en ook de wilde bij verwachten. En met een klein visloos poeltje – een bak van 500 liter is al genoeg – kun je soorten als de kleine watersalamander succesvol laten voortplanten in je eigen tuin. Dat watertje is bovendien ook goed voor libellen en waterjuffers.

Vorig artikelStrafbeschikking opgelegd
Volgend artikelNationale Tuinvogeltelling